Etosha en Angola

Terwijl ik in het restaurant van Oppi Koppi aan het bloggen ben, komt Javier binnen. De jonge Spanjaard kenen we nog van net voor de grensovergang tussen Ivoorkust en Ghana. Toen zat hij in een dipje, ergens halverwege zijn solo-reis van Spanje naar Kaapstad in een oude Honda. Hij leek bij elke bocht te twijfelen of hij het nog wel zag zitten. Adriaan las de foutcodes uit en vond een oplossing voor het startprobleem. Maar dat was 3 maanden en een paar duizend kilometers geleden. Adriaan had niet door dat hij Javier uit zijn dip had geholpen en nu heeft die laatste Namibië bereikt. Via de ‘moeilijke’ landen die wij hebben omzeild.

Adriaan en Javier zoeken oplossingen
Adriaan en Javier zoeken oplossingen

Het is één van de eigenaardigheden van reizen: je komt elkaar altijd ergens weer tegen, al is het op een heel ander continent of in een andere gemoedstoestand. Na vijf dagen rust (bij Oppi Koppi) vinden we het welletjes geweest en besluiten we verder te trekken naar één van de grootste safariparken van Afrika. Het Etosha Nationaal Park is zo’n 22.000 vierkante kilometer groot (heel België is ± 30.000 km²). Aanvankelijk heb ik er niet veel gevoel bij — safariparken zijn voor mij meestal niet meer dan een dierentuin zonder tralies — maar na enig overtuigingswerk van Javier wordt het tóch een doel.

Javier in Namibië
Javier in Namibië

We kiezen voor de minder populaire westelijke ingang, kwestie van niet in colonne met andere toeristen te rijden. Het eerste stuk ziet eruit alsof het park de afgelopen maanden vooral als barbecueveld had gediend: zwartgeblakerde bomen en een uitgestrekte dorheid. Maar twintig kilometer verder doemen daar ineens de eerste olifanten op. En giraffen. En zebra’s. En springbokken. En leeuwen. De keuze blijkt toch niet zo slecht...

Olifant in Etosha
Olifant in Etosha
Impala
Impala
Zebra's
Zebra's
Giraffe
Giraffe
Leeuw in Etosha: Dolomite
Leeuw in Etosha: Dolomite
Struisvogel en Gemsbok
Struisvogel en Gemsbok

Zoals gewoonlijk blijven we onderweg overal treuzelen en dubben, dus besluiten we (een beetje genoodzaakt) te overnachten op de eerste camping: Olifantsrus. De naam zegt het al: rus(t)plaats voor deze grote dieren. Het is nog vroeg. Als eerste gasten kunnen we een plek kiezen en even later uren genieten van een kleine kudde mannelijke olifanten op amper één meter achter glas – en op twee meter erboven (zonder glas). Een indrukwekkend schouwspel. Hoe ze komen drinken, hoe ze zich laten bekijken en hoe ze daarna weer statig verdwijnen in de uitgestrekte leegte van het park. Wanneer de camping ’s avonds volloopt, is het spektakel volledig voorbij. Overigens, wij zijn degenen achter de tralies. Iedereen moet vóór donker binnen zijn in een lodge (hotel) of kampeerplaats.

Olifantrus(t)
Olifantrus(t)
Verwdijnen in de grote leegte
Verwdijnen in de grote leegte
Observator
Observator
Omheinde kampplaats
Omheinde kampplaats

Woensdag gaan we verder. Via allerlei omwegen rijden we langs de verschillende waterplaatsen. Dieren bij de vleet. Ook in juli, de droge wintermaand, moet elk beest uiteindelijk drinken en dat maakt het spotten makkelijker. Adriaan stelt voor om nóg een nachtje in het park te blijven. Terecht, want een safari mag dan ergens altijd een beetje een openlucht-dierentuin blijven, hier – op deze immense vlakte – is het écht: leerzaam, fascinerend, mooi. Dieren in hun habitat. Ik ben blij dat we hier zijn – ik geniet ervan.

Leeuwin
Leeuwin
Véél olifanten
Véél olifanten

De tweede omheinde camping is enorm en daarom minder leuk, maar de grote meevaller? Het neushoorn spektakel in het duister: ze komen na zonsondergang drinken. Mensen zitten op deze plaats hoog achter hekken, terwijl de neushoorns komen drinken bij zacht (wel kunstmatig) licht.

Drinkende neushoorn bij Halali kampplaats
Drinkende neushoorn bij Halali kampplaats
Isabelle op de (drooggevallen) Etosha Pan
Isabelle op de (drooggevallen) Etosha Pan
Giraffen
Giraffen

De toegang tot Etosha wordt per 24 uur geregeld. We moeten voor 13:00 uur op donderdag weg zijn. Bij het buitengaan wordt – tot mijn verbazing – ons gevacumeerde, bevroren vlees geconfisceerd. Waarom? Geen idee. Het zijn de park regels die we niet zo goed hebben onderzocht. Jammer, want we worden handig met onze turbo houtskool BBQ en hadden biefstukken gekocht...

Confiscatie proces verbaal
Confiscatie proces verbaal
Turbo BBQ
Turbo BBQ

Eén dorp buiten het park lijkt het toerisme abrupt te stoppen. Boodschappen doen wordt ineens weer een uitdaging. We kopen alleen het hoogstnoodzakelijke en gaan (wild)kamperen. Morgen zien we wel weer verder. Dan rijden we bijna 300 kilometer, tot we op 25 kilometer van de Angolese grens twee nachten blijven steken bij Bruno, eigenaar van een pareltje van een camping. En zo blijft Angola… nog even wachten.

Wildkamperen
Wildkamperen

Bruno stelt voor om de Himba te bezoeken. De Himba zijn een semi-nomadisch volk dat vasthoudt aan hun traditionele levensstijl. Ik stem toe, zonder er lang over na te denken. Adriaan weigert. De volgende ochtend voelt het anders. Zijn we op weg naar mensen, of naar een levend museum? Gaan we observeren, zoals we eerder in het park keken naar dieren? Ik haak af.

Bruno's kampeerplaats
Bruno's kampeerplaats

We doen de laatste boodschappen die op ons lijstje staan alsof we vrezen dat er in Angola geen eten meer te vinden zal zijn. De zeer kleine grensovergang gaat verrassend vlot. Geen gedoe, geen controle, gewoon een stempel en door. Maar we blijken de verkeerde overgang te hebben gebruikt. We zitten in een uithoek van Angola en om het land écht binnen te gaan, stelt de GPS voor dat we teruggaan naar Namibië. Dat doen we lekker niet: we belanden op een uitdagende piste noordwaarts, maar ín Angola. Onze eerste overnachting is aan een rivier, tussen vier machtige Baobab bomen. En toevallig op het terrein van de Himba, die deze plaats gebruiken om hun vee te laven, zich te wassen en voor het onderhouden van sociale contacten.

Vier Baobabs
Vier Baobabs
Himba jongens
Himba jongens

Taal helpt ons hier niet. Handen, gezichten en gebaren wel. ’s Avonds verschijnen de meisjes, ’s ochtends de jongens. Allemaal even schuchter, allemaal even nieuwsgierig. Ze nemen een koekje of een stuk brood met Nutella aan alsof het een kostbaar geschenk is. Hun blikken zijn verlegen, hun glimlach voorzichtig.

Het is een mooie eerste dag in Angola. We merken nog weinig van de verandering in taal (we spreken geen Himba) of rijrichting (dat maakt niet uit op een 4WD pad). Het Portugees en het opnieuw rechts rijden zijn nog ver weg: de weg door het bos en verder naar de eerste stad is zwaar, hobbelig en traag. We halen amper 20 kilometer per uur. We zijn terug in Afrika. Kleine nederzettingen langs de weg. Het bestaan hier is simpelweg nederig. Hier en daar is er pure armoede.

In Xangongo doen we boodschappen en kopen een SIM-kaart. Terwijl we buiten de stad een plek zoeken om te overnachten, komen er kinderen op ons af. De meisjes zijn zo mager dat we zonder nadenken besluiten onze pasta te delen. De meisjes pakken het bord met pasta-bolognaise en zetten het op de grond tussen hen in. Adriaan geeft ze lepels en vorken (waar ze behoorlijk mee knoeien). Ze eten zwijgend en werpen af en toe een steelse blik op die twee die aan een tafeltje zitten te eten.

Enorme Baobab
Enorme Baobab

Voor het eerst deze reis voel ik me ongemakkelijk. Beschaamd om met onze glanzende auto aan te komen rijden, onze blinkende tafel uit te klappen. Onze fototoestellen blijven in de hoezen. Eénmaal klaar vertrekken de dames weer. Op veilige afstand begint er één te huppelen. Als ze bij hun achtergelaten spullen komen, wrijft er één over haar buik. Ze zijn jolig en blij. Adriaan zit er ontroerd naar te kijken.

Via een tussenstop in Lubango brengen we de nacht door op de spectaculaire Serra da Leba-pas. De volgende ochtend dalen we 1.800 meter af, richting de Atlantische Oceaan. Serra da Leba is beroemd om haar duizelingwekkende haarspeldbochten en adembenemende uitzichten — en van die schoonheid genieten we intens. Het is een Walhalla voor bergbeklimmers. We ontmoeten twee goed uitgeruste Polen die via de loodrechte rotsen gaan afdalen (en daarna beklimmen).

Poolse bergbeklimmers
Poolse bergbeklimmers
Serra da Leba
Serra da Leba

Bij de zee aangekomen kies ik een restaurant uit. Op het terras aldaar heeft zich een groep imposant uitgeruste Zuid-Afrikanen genesteld. Adriaan raakt met hen aan de praat, benieuwd naar hun route. George – hun gids, touroperator en leider in één – kent deze route goed en geeft enthousiast uitleg. Ze reizen met negen blinkende 4x4’s, sommigen met een bijpassende 4x4 sleurhut. Enkelen werpen zelfs een ietwat meewarige blik op onze ‘kleine’ Beast. Toevallig hebben zij hetzelfde park op de planning staan als wij, maar waar zij in colonne rijden, trekken wij met z’n tweeën in alle rust verder.

Onze eerste kampplaats onderweg naar het park heet Collinas do Curoca. Het is een magische vallei van rood geërodeerd ‘zand’ met geel zand op de bodem. En volkomen verlaten. Van daaruit begint onze zes uur durende zuidwaartse rit over eindeloze ‘washboard’-wegen. We slapen net buiten het park, dat we de volgende dag verkennen. Verkennen is inderdaad het juiste woord, want we zijn niet optimaal voorbereid. Brandstof hebben we nét te weinig om de doortocht naar de Atlantische Oceaan te wagen die ik voor ogen had. In Angola kost diesel amper € 0,40 per liter (benzine € 0,3) maar je moet het dan wél bij je hebben. Onze zware 180 liter extra tank is in België en jerrycans hebben we (nog) niet. Het park is ruig en dor, met slechts weinig dieren. De rangers zijn vriendelijk, maar bieden weinig uitleg.

Colinas canyon
Colinas canyon
(Megalomane) toegang Iona Park
(Megalomane) toegang Iona Park
Bavianen
Bavianen

We keren daarom terug naar de rode vallei, waar we de Nederlandse Robert en Lobke tegenkomen in hun gehuurde wagen. Alles valt vanzelf op z’n plaats. We delen een maaltijd en een warme avond. Reizen, dat is ook: toevallige ontmoetingen die uitgroeien tot fijne herinneringen.

Robert en Lobke
Robert en Lobke

We trekken verder naar het noorden en overnachten tweemaal aan zee, op een plek die zó uit een ansichtkaart lijkt geplukt. Sinds onze aankomst in Angola hebben we nog geen enkele camping of hotel gezien. Wild kamperen is hier geen probleem, je wordt door niemand gestoord.

Wildkamperen aan het strand
Wildkamperen aan het strand

Na zeven dagen zwerven door woestijn en langs de kust bereiken we uiteindelijk Benguela – een middelgrote stad met de verweerde charme van het Portugese koloniale verleden. We vinden er een ‘nieuw’ hotel met alle voorzieningen, tegenover een kolossaal stadion, gebouwd in 2010 voor de Africa Cup (voetbal). Het stadion torent als een mastodont enkele kilometers buiten de stad uit. Nooit eerder zagen we een land waar armoede zó voelbaar was. Het contrast met deze reus in beton en staal is pijnlijk.

Luxe hotel uitzicht
Luxe hotel uitzicht

Bekijk meer foto's en de afgelegde route.

Vorige Bericht Volgende Bericht