Zambia en Botswana

We rijden dwars door Namibië, langs de noordgrens met Angola. De weg is goed berijdbaar. Ik neem plaats achter het stuur (het is voor mij de eerste keer links rijden deze reis); Adriaan installeert zich met een laptop op schoot, zogezegd aan het werk, al weet ik dat hij af en toe met een half oog naar mij en de weg kijkt terwijl ik de kilometers voorbij laat glijden.

Eindeloze weg in Namibië
Eindeloze weg in Namibië

We leggen in twee dagen 700 kilometer over asfalt af, hetgeen voor ons erg veel is. Aan het einde van die tweede dag kiezen we een slaapplaats aan de Cubango rivier (die de grens vormt tussen Namibië en Angola). In de nacht horen we het knorren van de nijlpaarden die voorbijkomen; we besluiten een boottocht te maken om nog meer fauna te zien. Eén nacht werden er drie (ook doordat Adriaan snel ‘bevriend raakte’ met het in bevroren potten versgetapt bier en ik de blog aflevering over Angola schreef).

Lunch langs de weg
Lunch langs de weg
Zonsondergang aan de Cubango rivier
Zonsondergang aan de Cubango rivier
Bootrip op Cubango
Bootrip op Cubango
Nijlpaard in de Cubango rivier
Nijlpaard in de Cubango rivier
Verstopte reptiel
Verstopte reptiel
Dreigend nijlpaard
Dreigend nijlpaard

We bereiken de Caprivi Strip, een smalle, met een lineaal getekende landtong van Namibië die zich tussen Botswana en Zambia wringt. We ontmoeten de 73 jarige, flamboyante Fransman Luc, die hier na vele omzwervingen is neergestreken. Hij heeft iets moois gemaakt van een plek langs de Kwando rivier, waar we kamperen. Luc geniet van elk Europees gezelschap dat passeert. We hoeven nauwelijks vragen te stellen, hij blijft maar vertellen alsof de stilte te groot zou zijn zonder zijn stem. Luc blijkt vader te zijn van kinderen van 3 en 5 jaar die op 40 kilometer afstand wonen. (We vinden het ongepast hem te vragen naar de leeftijd van zijn Afrikaanse echtgenote.)

Eindeloze weg,deel 2
Eindeloze weg,deel 2

De volgende ochtend staan we ongewoon vroeg op voor een bezoek aan het Bwabwata National Park. We zijn de eersten die binnenrijden en hebben het gevoel dat het park van ons is. Toegangsgeld innen lukt beter dan voorlichting of een plattegrond geven: we rijden er wat op los, stuiten op een militair terrein en keren om. Prompt spotten we een jachtluipaard, dat in typische katten sluipgang over het zandpad gaat. Naast haar duikt een mannelijk dier op dat prompt de aanval inzet op een kudde antilopen. In de struiken helaas, zodat we de afloop niet te zien krijgen. Zeven uren rijden we rond, speurend, turend. Uit de bosjes verschijnt in de middag een kudde olifanten die met vastberaden tred richting een waterpoel gaan. Wat later, langs onze ‘we rijden er wat op los’ route, zien we nijlpaarden die uit het water gekomen zijn, loom en massief, maar toch onweerstaanbaar om naar te blijven kijken.

Sluipend luipaard op voor ons verboden terrein
Sluipend luipaard op voor ons verboden terrein
Springbokken all over the place
Springbokken all over the place
Isabelle kan uren door een verrekijker turen
Isabelle kan uren door een verrekijker turen
Eenzame olifant
Eenzame olifant
Stiekem wachtend op prooi
Stiekem wachtend op prooi
Uit de bosjes kwamen ze vastberaden naar deze poel
Uit de bosjes kwamen ze vastberaden naar deze poel
Hippo's uit het water
Hippo's uit het water
Een giraf blijft lang in beeld
Een giraf blijft lang in beeld

Na de grensovergang met Zambia bereiken we Livingstone. Adriaan heeft al een lodge met kleine camping uitgezocht. Het zwembadje blijkt een zegen in de vochtige hitte, al worden we gek van de muggen die door het water van de rivier en waterval worden aangetrokken. ’s Avonds drinken we een aperitief met uitzicht op de Zambezi: de rivier die als een langzaam bewegende spiegel de zon opslokt.

'Huisdieren' op onze kampplaats'
'Huisdieren' op onze kampplaats
Zonsondergang aan de Zambezi rivier
Zonsondergang aan de Zambezi rivier
Victoria watervallen - Zambia kant
Victoria watervallen - Zambia kant
Victoria watervallen - Zimbabwe kant
Victoria watervallen - Zimbabwe kant

Samen met Helen en Wayne, een Nieuw-Zeelands koppel, rijden we naar de Victoria watervallen. Aan de Zambiaanse zijde wandelen we in alle rust, terwijl we aan de overkant (in Zimbabwe) horden toeristen zien schuifelen. Onze nieuwsgierigheid om over te steken naar de Zimbabwese kant zakt meteen weg. In Livingstone wemelt het van de operators die rafting, bungeejumps en helikoptervluchten aanbieden – het hele spectrum van avontuur op bestelling. Wij kiezen voor een ander soort luxe: een aperitief in de tuin van het Royal Livingstone Hotel, met uitzicht op de rivier. Sereen, stijlvol, tijdloos. Genieten. De kamerprijzen – vanaf 1000 (tot 6000) euro – doen ons snel terugkeren naar onze tent op The Beast.

Royal Livingstone Hotel
Royal Livingstone Hotel
Aperitief met uitzicht
Aperitief met uitzicht

De temperaturen in het binnenland stijgen al – de droge ‘winter’ is bijna voorbij en men wacht op de eerste (verkoelende) regens. Wij besluiten naar de lente te rijden: richting zuidwestkust van Zuid-Afrika, naar Kaapstad. Die route loopt door Botswana. Langs de oostkust zullen we dan over een paar maanden weer noordwaarts gaan, waar we het, dichter bij de evenaar, nog warm genoeg zullen krijgen.

Botswana verwelkomt ons op eigen wijze: schoenen uit, zolen ontsmetten in een bak met twijfelachtig vuile vloeistof en The Beast die door een plasje ontsmettingsmiddel moet rijden. Het land mikt op gegoede toeristen, die wegenbelasting moeten betalen en verplicht een aansprakelijkheids verzekering moeten afsluiten, óók als je er al een hebt (zoals wij). De eerste lodge waar we neerstrijken is duur, druk en weinig gastvrij. Gelukkig ontmoeten we er Ine en Wim uit Duffel, mede-reizigers. Een pint, een fijne ontmoeting en waardevolle tips later besluiten we door te rijden.

Op hun aanraden rijden we in één dag door de noordelijke zijde van het Chobe park langs de machtige rivier waarnaar het park vernoemd is. Geploeter met the Beast dat (alweer) beloond wordt met mooie beelden van natuur en wild: de olifanten waarvoor dit park bekend is, giraffen die te lang in beeld blijven en impala’s die nergens heen lijken te gaan. Langs de oevers liggen krokodillen roerloos te wachten tot dat een beest meer dorst dan voorzichtigheid heeft.

Lui Nijlpaard
Lui Nijlpaard
Giraffe
Giraffe

In het park mag je slechts op zorgvuldig uitgekozen plekjes uit de auto. Precies daar stuiten we rond het middaguur op een Belgisch gezin met twee twintigers. Waar wij onze boterham uit de hand knabbelen, ontvouwt zich een tafereel dat rechtstreeks uit een koloniale prentkaart lijkt te komen: een picknicktafel met een hagelwit tafellaken, porseleinen borden en een lokale gids (van kleur) die hapjes serveert. Ze zijn razend benieuwd hoe wij het voor elkaar krijgen met een auto maandenlang helemaal uit België hier te belanden. Vaak krijgen we vragen over de logistiek, de route, soms zelfs over de gevaren. Maar nee, de eerste, prangende zorg is van de Mamma is: “En hoe wassen jullie dan je kleding?” (Tja, voor sommigen horen kleding wassen en op reis zijn niet bij elkaar.)

De regels voor de picknickplaats
De regels voor de picknickplaats

Verder ploeterend op een vervelende zandweg maken we gebruik van de volgende tip van Ine: het Khwai Community Camp. Vijftien kampeerplekken, heel ver uit elkaar, aan de Khwai rivier. In Botswana zijn er geen hekken om de kampeerplaatsen (zoals in Etosha, bijvoorbeeld). De douches en toiletten liggen hemelsbreed twee kilometer verderop – men adviseert per auto naar de douche te gaan en ‘s nachts het voertuig of tent niet te verlaten.

Vervelende zandweg
Vervelende zandweg
Huidverzorging
Huidverzorging

Op het moment dat we ons (verplichte!) houtvuur willen aanleggen passeert er een kudde olifanten. Een jonge, mannelijke olifant schudt met zijn kop en heft zijn slurf. Dat puber-agressie gedrag zien we vaker en is grappig op afstand. We trekken ons in dit geval toch maar even terug op de achterklep van de auto. Eén van de meer dan 3 meter hoge, volwasssen en veel rustiger moederdieren passeert op zes meter afstand. Het is angstaanjagend en mijn lieve man heeft net geen blauwe plek overgehouden van mijn bang gepits in zijn arm. Wanneer Adriaan daarna snel het vuur aansteekt, lopen achterblijvers netjes om ons kamp heen. Alsof het vuur een soort onzichtbare grens trekt.

Opgewonden mannetjes olifant (achter struik)
Opgewonden mannetjes olifant (achter struik)
Verplicht kampvuur
Verplicht kampvuur

’s Nachts horen we vlakbij enig lawaai en later een leeuw brullen. ’s Ochtends wandel ik een stukje in de richting van het nachtelijk geluid. Een groep reizigers en gidsen heeft de leeuwen al gevonden. Ik keer terug naar ons kamp, waar we de tent opvouwen en met de auto gaan kijken. De leeuwen hebben een mannelijke springbok gedood. De mannetjesleeuw waakt bij de prooi, de vier leeuwinnen liggen verderop met wel zes welpen in de schaduw. Ze blijven de hele dag slapen terwijl ze hun maaltijd verteren. Tegen de avond vormt zich zelfs een wachtrij van safarivoertuigen met bezoekers die zowel de leeuwen als ons – kampeerders in hun biotoop – komen bekijken.

Leeuwin
Leeuwin
De koning der dieren
De koning der dieren

We grillen boerewors, die heerlijke Zuid-Afrikaanse worst met een vleugje kruidnagel. Adriaan pookt het vuur op, de nacht valt. We worden wakker van leeuwen die nóg dichter in de buurt grommen. We zijn ons bewust van hun aanwezigheid en blijven veilig in de daktent. In de ochtend blijkt dat ze vlak langs (10 meter) onze kampplaats naar een plek verderop zijn gegaan.

Opwarmen
Opwarmen
Koning slaapt naast prooi
Koning slaapt naast prooi

We steken Botswana door zoals we begonnen zijn bij de grens van Namibië: kilometers vreten, ditmaal door de Kalahari. Ik ben al redelijk gewend aan het links rijden. Bij de grens met Zuid-Afrika verloopt alles opvallend vlot – paspoort stempelen, auto importeren, geld wisselen, nieuwe SIM-kaart. En dan staan we opeens in een mall met supermarkten die groter lijken dan die in Europa. Het contrast is immens: van bushcamp naar airconditioning en volle winkelrekken.

Afrika toont zich weer in al haar verscheidenheid. Het is geen land, maar een continent met eindeloos veel gezichten. Ik voel dat ik de dieren en safari’s even achter me wil laten. Tijd om uit te kijken naar lente aan zee, wijnroutes en – wie weet wat nog meer.

Bekijk meer foto's en de afgelegde route.

Vorige Bericht Volgende Bericht